Woordenlijst pensioen P - T
Partnerpensioen
Het pensioen voor de achterblijvende partner. Wordt uitgekeerd vanaf je overlijden tot het overlijden van je partner. In het verleden sprak men van weduwepensioen en later ook van weduwnaarspensioen. Tegenwoordig wordt de term partnerpensioen, of de term nabestaandenpensioen, gebruikt als verzamelnaam voor alle pensioenen voor de achterblijvende partner, of dit nu een huwelijkspartner is of niet. Dat betekent overigens niet dat elke pensioenregeling ook pensioen voor ongehuwde partners heeft. Als de pensioenregeling wel een pensioen heeft voor ongehuwde partner worden vaak eisen gesteld aan de duur van de samenwoning of de inhoud van de samenlevingsovereenkomst.
Partnertoeslag AOW
Toeslag op de AOW-uitkering als je een partner hebt die jonger is dan 65. Wie 65 wordt op of na 1 januari 2015, ontvangt geen partnertoeslag meer. De partner die als eerste 65 wordt, ontvangt vanaf die datum alleen zijn eigen AOW. De AOW voor de partner wordt uitgekeerd op het moment dat die 65 wordt.
Pensioendatum
De datum waarop volgens de pensioenregeling je ouderdomspensioen ingaat.
Pensioengrondslag
Je salaris min de franchise. De pensioengrondslag is het bedrag waarmee je pensioen wordt berekend. Je eigen bijdrage is vaak uitgedrukt in een percentage van de pensioengrondslag.
Pensioenuitvoerder
De instantie die jouw pensioen uitvoert (administratie, helpdesk, uitkeren van pensioen). Bijvoorbeeld een pensioenfonds of een levensverzekeraar.
Premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid
Ben je (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt dat gaat je pensioenopbouw (gedeeltelijk) door. Je betaalt voor die opbouw geen premie.
Slaper
Niet-actieve, maar nog niet gepensioneerde deelnemer in een pensioenregeling.
Tijdelijk nabestaandenpensioen
Een tijdelijke verhoging van het nabestaandenpensioen voor je partner. Eindigt meestal op 65-jarige leeftijd. Het kan bedoeld zijn om het hogere belastingtarief en de hogere sociale premies vóór 65 jaar te compenseren. Of om het gemis aan Anw te compenseren.
Toetredingsleeftijd
De leeftijd waarop je volgens de pensioenregeling mag meedoen aan de pensioenregeling. In het verleden was een toetredingleeftijd van 25 jaar heel gewoon. Steeds meer regelingen verlagen de toetredingsleeftijd of laten die helemaal vervallen.